In dit onderzoek is de invloed nagegaan van de huwelijks- en ouderschapscarrière op de beroepspositie die men aan het eind van de arbeidsloopbaan bereikt. De in het artikel gebruikte gegevens zijn afkomstig uit het onderzoeksprogramma ‘Leefvormen en Sociale Netwerken van Ouderen’ (NESTOR-LSN). In het kader van dit programma zijn in 1992 face-to-face interviews gehouden met ruim 4400 ouderen geboren tussen 1903 en 1937.
De resultaten laten duidelijke verschillen zien tussen mannen en vrouwen. Bij mannen spelen de huwelijks- en ouderschapscarrière nauwelijks een rol van betekenis. Voor het beroepsniveau dat mannen uiteindelijk bereiken, maakt het geen verschil of zij ooit zijn getrouwd, of zij tijdens hun arbeidsloopbaan zijn gescheiden of weduwnaar zijn geworden, of dat zij zijn hertrouwd. Daarnaast maakt het geen verschil of zij vader zijn geworden. Voor vrouwen, daarentegen, zijn substantiële verschillen in beroepssucces gevonden die samenhangen met verschillen in huwelijks- en ouderschapscarrière. De resultaten geven aan dat nooit-gehuwde vrouwen, alleenstaande gescheiden vrouwen en vrouwen in een tweede huwelijk een verhoudingsgewijs hoge positie op de arbeidsmarkt bereiken. Onder gehuwde vrouwen en vrouwen die gehuwd geweest zijn, bereiken de kinderlozen meer succes dan de moeders. Het lijkt erop dat het ontbreken van gezinsbanden (partner en/of kinderen), eerder dan het hebben ervan, het beroepssucces van vrouwen vergemakkelijkt.
Tegelijkertijd manen de auteurs om voorzichtigheid. Vrouwen die het verhoudingsgewijs ver schoppen, blijken tevens relatief hoogopgeleid te zijn. Tot op zekere hoogte worden deze vrouwen niet alleen succesvol, maar beginnen zij ook in een relatief gunstige positie. Vooral voor de alleenstaande gescheiden vrouwen en voor de vrouwen in een tweede huwelijk geldt dat de hoge positie die zij uiteindelijk bereiken, in vergelijking met vrouwen in een eerste huwelijk, te maken heeft met een gunstige start op de arbeidsmarkt.
Niet alle huwelijks- en ouderschapscarrièreverschillen kunnen echter worden verklaard in termen van verschillen aan het begin van de beroepsloopbaan. De hoge eindpositie van nooit-gehuwde vrouwen en van ooit-gehuwde kinderlozen is weliswaar ten dele, maar niet geheel toe te schrijven aan hun behaalde opleidingsniveau of startpositie. Juist het gegeven dat zij geen echtgenoot en/of kinderen hebben, lijkt ertoe bij te dragen dat zij relatief succesvol zijn op de arbeidsmarkt. Ook hier is het moeilijk te achterhalen waar het primaat ligt. Bleven vrouwen alleenstaand omdat een duurzame relatie hun beroepsmatige activiteiten zou verstoren of slaagden zij er niet in om een geschikte huwelijkspartner te vinden en investeerden zij daarom in hun arbeidscarrière?
De studie levert voorts weinig steun op voor de gedachte dat het hebben van een partner positief bijdraagt aan het beroepssucces van de ander. De aanwezigheid van een partner lijkt voor vrouwen eerder een belemmering te zijn dan dat het beroepssucces vergemakkelijkt. Bij mannen lijkt het al dan niet gehuwd zijn wat betreft beroepssucces niet uit te maken. Er zijn ongetwijfeld voordelen verbonden aan het hebben van een partner thuis, die feedback, advies en raad geeft, en over een eigen netwerk beschikt. Daarom is meer gedetailleerd onderzoek naar functie- of inkomensniveaus nodig om de relatieve voor- en nadelen van het hebben van een partner in kaart te brengen.
Bron: Dykstra, P.A., & Fokkema, T. (2000). Partner en kinderen: belemmerend of bevorderend voor beroepssucces? Mens & Maatschappij, vol.75.