In Nederland krijgen vrouwen relatief laat kinderen. De onderzoekers verklaren dit fenomeen aan de hand van het opleidingsniveau dat leidt tot een bepaalde moederschapsoriëntatie en werkoriëntatie. Uit de resultaten bleek dat moeders met een hoog opleidingsniveau vaker een individualistisch perspectief hebben op moederschap en werk belangrijker vinden. Het opleidingsniveau hing ook samen met de timing van het eerste kind, waarbij hoger opgeleiden later kinderen kregen. Vooral vrouwen met een universitaire opleiding vielen in deze groepen. Moeders met een lager opleidingsniveau hadden vaak een meer traditionele kijk op moederschap en vonden werk minder belangrijk. De auteurs merken wel op dat andere factoren nog steeds van groot belang kunnen zijn op de timing van het eerste kind. Ten eerste verdienen hoger opgeleiden vaker meer geld en het krijgen van een kind leidt dan tot financiële offers. Daarnaast zitten hoger opgeleiden langer op school en dat is vaak moeilijk te combineren met ouderschap.
Bron: Wijsen, C., Mulder, C.H., & de Jong Gierveld, J. (2006). Opleiding, moederschapsoriëntatie en de timing van het eerste kind. Mens & Maatschappij, 80(3), 220-236.